21 januari 2017

Waarom linkse en rechtse partijen achterhaald zijn

De partij VoorNederland en de Partij van de Arbeid proberen de politieke strijd van gisteren weer op de agenda te krijgen. Dat zal niet lukken, omdat Nederland veranderd is.

Links of rechts


Hoe je ook over Wilders denkt, hij heeft één ding goed begrepen: de kiezer denkt niet meer in termen van links en rechts. Dezelfde kiezer die in overwegende mate conservatief is als het om immigratie gaat, houdt vast aan een progressieve kijk op sociale voorzieningen en ouderenzorg.

We zien het politieke centrum in Nederland instorten (de meeste ontevreden kiezers komen bij de vier middenpartijen vandaan) omdat die hun voormalige achterban een cocktail aan beleid voorschotelen waar niemand tevreden mee is.

De corebusiness van de PvdA was het zorgdragen voor een solide sociale zekerheid. Haar kiezers vertrekken massaal omdat hun partij deze linkse lijn losgelaten heeft. De twee sociaaldemocraten op SZW hebben het tij niet kunnen keren. Bijstandsgerechtigden worden door de PvdA als paria's behandeld, de participatiewet lost de werkloosheid onder mensen met een beperking niet op.

De VVD gold lange tijd als baken voor hen die verlangen naar een opvoering van de strijd tegen criminaliteit. Beide liberale bewindslieden op V&J hebben er met de pet naar gegooid, wat dat betreft. De VVD heeft politie en defensie beschadigd met onverantwoorde bezuinigingen, de massa-immigratie is niet teruggedrongen.

Beide groepen wegvluchtende kiezers zijn niet veranderd van links in rechts, of andersom. Hun probleem is dat de afstand tussen politiek en burgers onoverbrugbaar is geworden: 'mijn partij voert de kern van haar eigen programma niet eens meer uit'. De uitvlucht van de regeringspartijen dat er 'compromissen moeten worden gesloten' gaat daarbij niet op: partijen die hun eigen principes laten varen, hebben zich niet zo zeer constructief opgesteld, als wel de band met hun kiezers doorgesneden.

Directe democratie


En nu komt het interessante: veel linkse kiezers staan niet afwijzend tegenover het streven naar grenzen aan immigratie. Evenzo vindt menig VVD'er niet dat jonggehandicapten van hun inkomen beroofd hoeven te worden, zoals Rutte II verordend heeft.

Politieke partijen hebben de verkeerde compromissen gesloten: ze hadden elkaars corebusiness moeten respecteren, en water bij de wijn moeten doen op de terreinen die voor hen niet zwaarwegend zijn (en voor hun coalitiepartner juist wel). Daarvoor bestaan meerderheden in het electoraat, maar die komen niet tot uitdrukking in het politieke proces.

De grote afstand tussen partijen en hun kiezers dreigt Nederland straks onbestuurbaar te maken, doordat de burger de greep op zijn volksvertegenwoordigers is kwijtgeraakt. De oplossing hiervoor is logisch en ligt voor de hand: het beleid moet in Nederland niet meer gestuurd worden door partijagenda's maar door groepen van zich telkens opnieuw organiserende kiezers. De weg uit de status quo is geen links arbeidsmarktakkoord (Asscher) of een rechts stembusakkoord (Roos), maar een forse toename van de rechtstreekse invloed van kiezers op wet- en regelgeving. Daar probeert GeenPeil een poging toe te doen.

Als het initiatief slaagt, zal het resultaat daarvan zijn dat overheidsbeleid steeds meer een afspiegeling zal worden van de opvatting van de meerderheid van de burgers; de enige effectieve manier om de ontevredenheid in het land te kanaliseren en zich op te laten lossen. Nederland moet niet naar links of naar rechts, maar naar veel meer democratie.