12 januari 2017

De media

Het leven was makkelijk vroeger: je hoefde maar naar het Journaal te kijken, Nova een beetje bij te houden, je krantje te lezen, en je was vrij goed op de hoogte van wat er gebeurde in de wereld.

Not anymore.

Jonge mensen weten dat niet, maar twintig, dertig jaar geleden hadden we heel betrouwbare nieuwsmedia in Nederland.

Er waren zogenaamde kwaliteitskranten, zoals Volkskrant en NRC, waarvan de journalisten zo goed mogelijk probeerden de waarheid te vertellen. Die kranten bestaan in naam nog steeds, maar hebben een heel andere functie gekregen: het opvoeden van de lezers tot politiek correcte burgers. Dat vereist veel gedraai en gelieg, want de werkelijkheid is veel te genuanceerd om zo maar door te kunnen geven.

En als je naar de actualiteitenrubriek van Maartje van Weegen keek, werd je accuraat geïnformeerd over de achtergronden van gebeurtenissen. Of Maartje slimmer was dan Mariëlle Tweebeeke nu, weet ik niet, maar haar vragen waren wel veel kritischer. En nog belangrijker: haar redactie nodigde betere gasten uit. Als je een interview bekeken had, wist je meer dan ervoor. En van de deskundigen kon je van tevoren niet weten wat ze gingen zeggen. Dat kunnen we ons haast niet meer voorstellen, doordat de commentatoren nu geselecteerd worden op basis van hun politieke voorkeur.

Kranten en nieuwsprogramma's zijn nu politieke organen; allemaal links, maar heel anders links dan vroeger. De sociaaldemocratie zag het indertijd vooral als haar taak de materiële nood van arme mensen te lenigen. Er werd gestreden voor hun loon en uitkering, verbetering van de woonomstandigheden, en betaalbare zorg.

Het huidige links geeft daar niet meer om. Men kijkt eigenlijk neer op arme mensen, beschouwt ze als onderklasse waarvoor men geen gevoelens van solidariteit meer kan opbrengen. Omdat ze vaak laagopgeleid zijn, versterken ze bij het huidige links juist gevoelens van superioriteit.

Men kiest er daarom voor om gewone mensen uit te leggen welke mening ze moeten hebben. Daartoe worden een aantal standpunten eindeloos herhaald, zodat de wereld op het naïeve publiek een overzichtelijke indruk maakt. De Noord-Koreaanse televisie heeft een stimulerende invloed gehad op deze ontwikkeling.

Zo wordt de nieuwsconsument ervan doordrongen dat er te weinig immigranten zijn, er te veel racisme is, de Partij van de Arbeid goed is, alles wat Trump zou kunnen doen, slecht is, Israel gemeen is, Rusland gevaarlijk is, en Barack Obama Jezus is.

Dat scheelt de redacties een hoop werk: ze hoeven niet aldoor meer uit te zoeken welke nieuwe feiten er belicht moeten worden, laat staan hoe ze te duiden zijn: de conclusies staan al vast. Als er nepnieuws is, moet daar smakelijk over bericht worden, als dat politiek zo uitkomt.

Voor oorlogssituaties zijn er twee scenario's opgesteld: eentje voor als de journalisten opstandelingen steunen, en eentje voor het geval ze de kant van de regering kiezen.

In het eerste geval krijgen kijkers aan de lopende band kinderen te zien die in ellendige omstandigheden verkeren, worden er telkens ziekenhuizen gebombardeerd, dreigen burgers massaal het loodje te leggen, zien we geen soldaten, zijn er geen verslaggevers ter plaatse (die daarvoor de smoes gebruiken dat ze geen verzekering kunnen krijgen) en houdt Obama de zaak nauwlettend in de gaten, maar doet hij verder niks.

Het tweede scenario werkt heel anders: alle nieuwsprogramma's sturen verslaggevers naar het front, soldaten komen uitgebreid aan het woord, alle kinderen zien er ongeschonden uit, en de regering zet geen vliegtuigen in, laat staan dat er gebombardeerd wordt. De enige constante is dat Obama zich ook nu nauwgezet op de hoogte laat houden, en opnieuw niks doet.

In beide gevallen valt een regeringsleger een stad aan die door opstandelingen bezet is, maar de media slagen erin twee volkomen verschillende wedstrijdverslagen te produceren, al naar gelang het draaiboek een smerige oorlog voorschrijft dan wel een schone.

Dit alles begon het publiek, dat een stuk slimmer was dan het journaille zich realiseerde, behoorlijk de keel uit te komen. De veranderingsdrang die daar het gevolg van was, zou uiteindelijk leiden tot een democratische storm, die de regeringspartijen en hun meelopers de grootste verkiezingsnederlaag uit hun bestaan zou bezorgen.